SHH
Blijf ons volgen, hier en op facebook met actuele informatie over huren en de belangen van huurders !

Zorgen over toenemende problemen in sociale woonwijken                                                                       De kwetsbaarste wijken van Nederland worden alleen maar kwetsbaarder, bleek vandaag uit een onderzoek van de brancheorganisatie van woningcorporaties. Er komen steeds meer mensen met problemen wonen en inwoners van de buurten ervaren veel overlast of voelen zich onveilig. Het gaat om ongeveer 1 op de 10 Nederlandse wijken.

Kanaleneiland in Utrecht is een voorbeeld van zo'n 'kwetsbare' wijk. Amina Berkane woont er al dertien jaar en zegt de problemen wel te herkennen. "In de goedkoopste woningen zitten mensen die weinig controle hebben over hun leven. Ze komen bijvoorbeeld uit een psychiatrische inrichting of hebben schulden. Die mensen hebben nazorg nodig, je kunt hen hier niet zomaar dumpen. Daarmee verplaats je het probleem."


Stinkende huisdieren
Berkane ziet en spreekt vanwege haar werk als coach veel andere inwoners van Kanaleneiland. "Ik hoor mensen weleens zeggen dat de koelkast van hun buurman of buurvrouw helemaal leeg is. Of dat de huisdieren stinken, doordat ze niet goed worden verzorgd. Ook zie ik regelmatig kratten bier voor de deur staan. Je merkt gewoon dat woningen worden verwaarloosd."


Tegelijkertijd benadrukt Berkane dat ook de meest kwetsbare mensen welkom zijn in de wijk. "In buurten als deze heb je veel sociale controle. Er wonen niet alleen maar arme, miezerige, zielige mensen. De inwoners zijn gastvrij en denken aan elkaar." Maar kwetsbare mensen hebben naast behulpzame buren ook professionele begeleiding nodig, zegt ze. "En dat is waar wij als maatschappij in tekortschieten."

Je hebt er weinig aan als je buurman om 07.00 uur de deur uitgaat en pas om 19.00 uur weer uit zijn werk komt.
Amina Berkane, coach en inwoner Kanaleneiland
Dat ziet ook El Bakey Aissaoui, 'sociaal makelaar' bij welzijnsorganisatie DOCK in Utrecht. Hij ondersteunt inwoners van Kanaleneiland en probeert hen te motiveren zelf initiatief te nemen. "In Kanaleneiland-Noord staan twee hoge flats waar veel kwetsbare mensen wonen, soms mét maar vaker zonder begeleiding. Het gaat bijvoorbeeld om ex-verslaafden of inwoners met een psychiatrische achtergrond. Die worden echt aan hun lot overgelaten."
Gelukkig zijn er in Kanaleneiland mensen die hun nek uitsteken, zegt Aissaoui. "Buurtteams, kerkelijke organisaties, moskeeën, betrokken inwoners: zij zijn het kapitaal van de wijk." En er is de laatste jaren ook fysiek in Kanaleneiland geïnvesteerd. Aissaoui noemt de Spaaklaan in Kanaleneiland-Noord als "prachtig voorbeeld". Daar werden sociale huurwoningen omgebouwd tot koopappartementen, om de buurt aantrekkelijker te maken voor gezinnen en mensen met hogere inkomens. "We zijn er heel blij mee, ik heb voor iedereen een buurtfeest georganiseerd."
Het is inderdaad heel mooi om te mixen, onderschrijft Amina Berkane. "Maar je moet wel goed kijken naar de waarde van zo'n mix. Je hebt er weinig aan als je buurman om 07.00 uur de deur uitgaat en pas om 19.00 uur weer uit zijn werk komt. Of als er gezinnen komen wonen die hun kinderen niet eens naar een basisschool in Kanaleneiland brengen."


Andere basisschool
Met alleen 'samen wonen' los je de problemen in de wijk niet op, denkt ook sociaal makelaar Assaoui. Samen naar school gaan is volgens hem minstens zo belangrijk. "Er zijn hier drie scholen met vooral Turkse, Marokkaanse en Syrische kinderen. Mensen die hier in de vrije sector wonen of in een koopwoning zitten, brengen hun kinderen ergens anders naar school. Terwijl de basisschool letterlijk de basis is. Daar kom je in contact met kinderen en ouders."
Zelf deed Assaoui overigens precies hetzelfde. Hij woonde twee jaar in Kanaleneiland, maar verhuisde "in het belang van de kinderen" naar het nabijgelegen Bilthoven. "Ik wilde mijn kinderen naar een gemengde school brengen." Volgens hem moet de gemeente zich actief bemoeien met het aanmeldingsbeleid van scholen om dat patroon te doorbreken.
En dan is er nog de rol van buurtbewoners zelf. "Als je aan een volwassene vraagt of hij de volgende keer geen papiertjes meer wil achterlaten op de trap van een portiekwoning, dan botst het misschien even", zegt Assaoui. "Maar de volgende keer ruimt hij wel zijn papiertjes op. Je moet niet bang zijn om de confrontatie aan te gaan. Als iedereen wegkijkt, verandert er niets." NOS 03-02-2020

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huurwoning/vraag-en-antwoord

 

65 vragen en antwoorden over rechten en plichten huurder en verhuurder. Klik op de link of copieer de link in de taakbalk.

Nieuwbouw sociale huurwoningen in 2018 naar 'dieptepunt'


De nieuwbouw door woningcorporaties laat te wensen over: in 2018 kwamen er een kleine dertienduizend sociale huurwoningen bij, wat stukken minder is dan corporaties zelf voor ogen hadden. Ook lag het aantal lager dan in 2017, toen er 14.387 sociale huurwoningen werden gebouwd. Dat meldt branchevereniging Aedes woensdag.
Het aantal gebouwde sociale huurwoningen in 2018 ligt veel lager dan corporaties willen. In een gezamenlijk plan stellen zij dat ze aan het eind van de kabinetsperiodes ongeveer 30.000 sociale huurwoningen willen bijbouwen, ruim twee keer zoveel als in 2018 is gebouwd.
De branchevereniging spreekt van een dieptepunt. "Jongeren, alleenstaanden, mensen met een middeninkomen; de zoektocht naar een huis is voor velen van hen uitzichtloos. Dus kabinet, doe iets. Zorg voor meer bouwlocaties, stop met de verhuurdersheffing en maak het mogelijk dat corporaties middenhuurwoningen kunnen bouwen. Pas dan kunnen we mensen uit de wooncrisis halen", schrijft Aedes-voorzitter Marnix Norder.

De belangrijkste oorzaken van de achterblijvende bouw zijn volgens de branchevereniging een gebrek aan bouwlocaties en stijgende belastingen voor woningcorporaties.
De wooncorporaties bouwden in 2018 vooral een- en meergezinswoningen, zoals appartementen, galerijflats of portiekwoningen. Deze nieuwbouwwoningen hebben een gemiddelde huurprijs van 588 euro. 80 procent daarvan wordt verhuurd onder de aftoppingsgrens; deze woningen zijn geschikt voor mensen met de laagste inkomens.
Door: NU.nl 11-12-2019

 

 

Huurders geven hun woningcorporatie een 7,6


Huurders geven de dienstverlening van hun woningcorporatie gemiddeld een 7,6. Dat is het hoogste cijfer sinds de eerste meting in 2014. Het rapportcijfer steeg de laatste vijf jaar steeds. Dat blijkt uit een onderzoek onder meer dan 350.000 huurders, ruim één op de zeven bewoners van sociale huurwoningen van corporaties.

Corporaties laten jaarlijks onderzoek naar hun dienstverlening. Daarbij wordt gevraagd naar de drie belangrijkste contactmomenten: als zij naar de woning verhuizen, bij een reparatieverzoek en als zij verhuizen naar een andere woning. Sinds 2014 stijgt de waardering van huurders op deze momenten. Corporaties hebben de afgelopen jaren samen met hun huurders de dienstverlening onder de loep genomen en verbeterd; bijvoorbeeld door duidelijker te communiceren of vaker een reparatie in een keer uit te voeren.


Huurdersoordeel


Huurders die een woning betrekken, geven de dienstverlening van de corporatie gemiddeld een 7,7. Dat is een verbetering ten opzichte van 2018, toen zij een 7,5 gaven. In 2014 was dit cijfer nog een 7,2.
De dienstverlening bij reparaties waarderen huurders gemiddeld met een 7,6, iets hoger dan de 7,5 uit 2018 en een half punt hoger dan in 2014. Een op de vijf woningcorporaties krijgt van huurders een 8 of hoger voor reparatieverzoeken. Het aantal corporaties dat een 7 of lager krijgt, is gedaald.
De waardering van huurders die verhuizen stijgt ook iets: van een 7,4 vorig jaar naar een 7,5.

 

Kwaliteit woning


Gemiddeld geven huurders de kwaliteit van hun woning een 6,9, hetzelfde cijfer als in 2018. 84 procent van de huurders geeft de woning een 6 of hoger, waarvan 56 procent een 7 of een 8. 16 procent is ontevreden over de woning. Huurders die tevreden zijn over de kwaliteit van de woning, zijn meestal ook tevreden over de dienstverlening.


Aedes-benchmark 2019


Het onderzoek naar het huurdersoordeel is onderdeel van de Aedes-benchmark. Deze biedt gemeenten, huurders en andere belanghebbenden inzicht in hoe corporaties hun middelen besteden en hoe ze presteren. De benchmark bestaat uit zes onderdelen: huurdersoordeel, bedrijfslasten, duurzaamheid, onderhoud/verbetering, beschikbaarheid/betaalbaarheid en nieuwbouw. De uitkomsten tonen de prestaties van individuele corporaties en de sector. Aedes voert de benchmark uit samen met PwC, KWH en ABF.
Per woningcorporatie kunt u een factsheet van de resultaten uit de Aedes-benchmark bekijken en/of downloaden bij het Aedes-datacentrum.

 

Rapportage Aedes-benchmark 2019-11-21

 

Forse toename overlast van huurders

Woningcorporatie Alwel zag het aantal overlastdossiers het afgelopen jaar met 25 procent toenemen naar ruim 1200.
Toename overlast van huurders: ‘Grens voor hulpverlening is bereikt’ ,,Het water loopt onze medewerkers en huurders over de schoenen.” Zegt bestuurder Tonny van de Ven van woningcorporatie Alwel (Etten-Leur, Roosendaal en Breda) over de toename van het aantal overlastdossiers van 900 naar ruim 1200 dit jaar. Volgens haar geldt de noodkreet voor alle corporaties.

 

En dan gaat het niet over huurders die op het balkon roken of de hond te lang laten blaffen, maar over huurders die elkaar van alles aandoen en die ook ernstige hinder veroorzaken voor hun buren. Mensen die een kort lontje hebben, maar ook mensen die ziek zijn, kwetsbaar en behandeld moeten worden voor stoornissen of verslavingen. Dat gebeurt steeds vaker thuis en niet in een instelling. Met alle gedoe, hinder, agressie en overlast voor de buren tot gevolg.

Er moet wat gebeuren.

 

De grens is bereikt


Tonny van de Ven, Bestuurder Alwel; Er moet wat gebeuren, zegt Van de Ven, want ‘de grens voor ambulante hulpverlening en wat mensen nog zelfstandig kunnen, is wel bereikt.’ ,,Wij kunnen te weinig doen voor mensen met verward gedrag, maar vooral ook voor de buren die overlast ervaren.”


Te gevaarlijk


Er zijn allerlei organisaties (welzijn, politie, GGZ, gemeente) die ze kan inschakelen bij noodgevallen en van onwil is geen sprake, maar ze heeft voorbeelden van een verslaafde die niet wordt opgevangen omdat die niet behandeld wíl worden en een man die niet meegenomen kon worden door de ambulance omdat die daar ‘te gevaarlijk’ voor was.

Doordat deze mensen langer thuis moeten blijven wonen kan de situatie ernstig worden
Tonny van de Ven, Bestuurder Alwel;,,Onze medewerkers zijn er niet voor opgeleid om zorg te verlenen aan verslaafde of psychische verwarde personen. Doordat deze mensen langer thuis moeten blijven wonen kan de situatie ernstig worden. Intensieve begeleiding is dan nodig, maar dat krijgt de verwarde huurder niet altijd voldoende", aldus Van de Ven.

Ze pleit voor verbetering van de zorginfrastructuur in wijken met grotere concentraties kwetsbare huurders (die vaak in de goedkope huurhuizen wonen) óf spreiding van deze huurders over wijken, zodat opvang, steun of begeleiding mogelijk is door buren die wél in staat zijn om die steun te geven. Alwel neemt altijd maatregelen bij overlast. Daarvoor wordt samengewerkt met partners als het sociaal wijkteam, politie en zorginstellingen. Meer regie op die samenwerking en informatie-uitwisseling is volgens Van de Ven noodzakelijk.


Camerabewaking


Bij meldingen gaan medewerkers op huisbezoek en overleggen met wijkpartners over een geschikte aanpak. Soms is huisuitzetting noodzakelijk, omdat er geen andere oplossing is, maar dit is volgens Van de Ven niet eenvoudig. Bovendien is de corporatie er volgens haar om mensen te huisvesten, niet om ze uit huis te zetten.
Ook plaatst Alwel steeds vaker bewakingscamera's om de veiligheid van bewoners te vergroten.
Bron; De Stem 17-10-2019